Alice

Opgesloten zonder strafblad

Plus

Problemen horen bij het leven. Maar wat als de ellende compleet is en het einde zoek? Misschien herken jij je in het verhaal van Alice en heb je ook te maken (gehad) met een moeilijke jeugd, een drugsverslaving, problemen thuis of seksueel misbruik. Of ben je in een jeugdinrichting geplaatst en mogelijk in aanraking gekomen met Justitie en Reclassering. LIMOR wil er voor jou zijn en je, net als bij Alice, weer op weg helpen. Dat doen we bij iedereen weer op een unieke manier, want geen mens en geen situatie is hetzelfde. Meer informatie? Klik hier om je aan te melden of vul het contact formulier in.

 

Scroll naar beneden voor het persoonlijk verhaal van Alice.

Aanmelden

Ik ben drie jaar als ik bij mijn moeder word weggehaald. Ze is verslaafd aan heroïne en heeft mij ondergebracht bij vrienden die de jeugdbescherming inschakelden. Mijn vader ken ik niet. Ik ga van pleeggezin naar pleeggezin. Ik ben acht als ik naar het tweede gezin ga. Ik krijg altijd straf zonder dat ik weet wat ik fout doe. Ik moet naar mijn kamer terwijl de rest gezellig in de tuin zit. Vaak word ik zonder eten naar bed gestuurd. De oudste zoon doet rare dingen met me, vier jaar lang. Pas later begrijp ik dat dit seksueel misbruik heet.

Ze vinden me onhandelbaar en ik kom terecht in een kindertehuis en daar heb ik een leuke tijd. Ik mag paardrijden! Soms moet ik op verlof, naar mijn pleeggezin. Ik vertel aan een meisje in het kindertehuis wat mijn pleegbroer met mij doet en zij zegt dat dit niet normaal is. Opeens besef ik dat het inderdaad niet normaal is. Ik voel me vies en wil nooit meer terug. Ik doe aangifte en mijn pleegbroer wordt opgepakt. Mijn pleegouders geloven me niet; later zal mijn pleegbroer me vertellen dat hij stemmen hoorde die hem ertoe hadden aangezet.

Ik ben 12 als ik bij een nieuw pleeggezin terechtkom. Daar gaat het echt mis. Het ligt niet aan mijn pleegouders, ze zijn lieve mensen die me als hun eigen kind behandelen. Met mijn oudere pleegzus doe ik foute dingen: liegen, tot laat rondhangen met oudere jongens. Ik loop regelmatig weg en maak kapot wat ik heb. Pas later zal ik begrijpen dat ik nooit heb geleerd om me te hechten en ik niet wist hoe ik met de warmte van mijn pleegouders moest omgaan.

Ik zit in de crisisopvang, maar ook daar loop ik weg. Ik ga niet meer naar school, hang rond met oudere, foute jongens die meer van me willen. Heel traumatisch; ik ben totaal bandeloos. Mijn voogd besluit dan om me in een gesloten inrichting te plaatsen. Dan kan ik tenminste niet weglopen, zegt ze.

Nu, 15 jaar oud, zit ik op de gesloten afdeling van jeugdinrichting het Poortje. Hoge hekken, prikkeldraad, cameratoezicht, gefouilleerd worden, spullen afgeven, elke nacht mijn kamerdeur op slot… ze behandelen me als een crimineel, maar ik heb niets gedaan. Ik heb me nog nooit zo alleen gevoeld als nu. Ik zit tussen kinderen met en zonder strafblad, zoals andere weglopers en slachtoffers van loverboys. Ik heb eten en een dak boven m’n hoofd maar verder ben ik een nummer.

Na een jaar komt er een plek vrij op een afdeling met meer vrijheden. Ik mag sporten, intern certificaten halen en later zelfs naar een school in Groningen. Een week voor mijn 18e verjaardag verlaat ik de jeugdinrichting en kan ik eindelijk begeleid gaan wonen. Er volgt een periode waarin ik mijn grenzen niet kan bewaken. Drank, drugs, verkeerde mannen, stoppen met school, ongepland zwanger en uiteindelijk: de daklozenopvang. Met Pieter, de vader van mijn zoontje Gio probeer ik daarna een gezin te zijn. Ik geef zelfs mijn jawoord, maar ik denk ‘nee’. Ik wil ons huis, inkomen en het beetje stabiliteit dat ik heb niet loslaten, maar het werkt niet tussen ons. Ik ken geen moedergevoelens.


Pieter heeft inmiddels een nieuwe vriendin met wie hij ondertussen nog een kindje heeft en samen zorgen ze gelukkig goed voor Gio. Ik heb ondertussen ook een vriend, Richard. Hij steunt me echt. Net als mijn begeleider Tina, van LIMOR. Ze helpt me met praktische zaken, papierwerk, huishouden. Ik kan alles met haar bespreken. Ook wat mijn toekomst betreft... Ik doe schoonmaakwerk, maar ga binnenkort weer naar school. Ik wil iets met dieren gaan doen. Voor het eerst in mijn leven heb ik het gevoel dat het de goede kant opgaat. Ik heb geleerd dat het leven doorgaat en je niet in het verleden moet blijven hangen. Spullen doen er niet toe; ik weet hoe het is om alles kwijt te raken. Richard is de eerste persoon van wie ik niet wil weglopen. En beetje bij beetje ontstaat er meer vertrouwen. Het is een strijd, maar ik kom er wel.